Weer naar school Bekijk de actie

Tertiaire kleuren: betekenis, voorbeelden en mengen

Zes tertiaire acrylverfproeven in een losse kleurencirkel op warm atelierpapier

Kleurenleer · mengwerkbank

Tertiair heeft twee gangbare betekenissen

Op een twaalfdelige kleurencirkel zijn tertiaire kleuren de zes tussenkleuren tussen een primaire en een aangrenzende secundaire kleur: roodoranje, geeloranje, geelgroen, blauwgroen, blauwviolet en roodviolet. In bredere kunsttaal wordt “tertiair” óók gebruikt voor gedempte bruin- en grijstinten die ontstaan uit drie primairen of twee secundairen. De context bepaalt dus wat iemand bedoelt.

invoerstartverhoudinguitkomstbijsturen
De zes tussenkleuren in 27 seconden.

Zes mengproeven voor de kleurencirkel

Gebruik de verhoudingen als startpunt. De pigmentsterkte van jouw rood, geel en blauw bepaalt hoeveel je werkelijk nodig hebt. Werk op een schoon palet en noteer je eigen recept. Meer basistechniek staat bij kleuren mengen voor schilderen.

rood + geel

2 : 1

roodoranje

Te oranje? Voeg een speldenkop rood toe. Te rood? Een tikje geel brengt de gloed terug.

geel + rood

2 : 1

geeloranje

Begin royaal met geel. Een sterk rood kan de verhouding snel overheersen.

geel + blauw

2 : 1

geelgroen

Voeg blauw met de punt van je penseel toe. Vooral ftaloblauw kleurt veel sterker dan geel.

Warme tertiaire kleurproeven van rood geel oranje en geelgroen op atelierpapier
Warme proefstroken: kleine verschuivingen in de verhouding leveren al een andere tussenkleur op.
blauw + geel

2 : 1

blauwgroen

Is het groen te fris, voeg dan meer blauw toe. Zwart maakt de tint sneller doods dan diep.

blauw + rood

2 : 1

blauwviolet

Een koel rood of magenta geeft doorgaans een helderder violet dan een warm oranjerood.

rood + blauw

2 : 1

roodviolet

Maak eerst een kleine violetbasis en stuur die met rood naar een warme bessentint.

Koele mengproeven van blauwgroen blauwviolet en roodviolet met echte penseeltextuur
Koele proefstroken met hetzelfde 2:1-startpunt; de pigmentkeuze blijft zichtbaar in de uitkomst.

Meng klein, schoon en herhaalbaar

Schep eerst twee gelijke kleine porties van de dominante kleur op je palet. Voeg daar één portie van de tweede kleur aan toe. Meng volledig, trek een proefstreep en laat die drogen voordat je het recept definitief maakt. Bij acryl telt het droge resultaat; controleer daarom ook de praktische droogtijd van acrylverf.

Gebruik telkens een schoon mes of penseel. Een restje complementaire kleur is genoeg om een heldere tussenkleur te vergrijzen. Schrijf bij een bruikbare proef de verfnamen én de verhouding op; alleen “rood + geel” is later niet nauwkeurig genoeg.

  1. 1Maak drie kleine porties.
  2. 2Meng 2 delen dominant met 1 deel buur.
  3. 3Test nat én droog op hetzelfde papier.
  4. 4Corrigeer met een penseelpunt, niet met een klodder.

Waarom wordt een tertiaire menging soms bruin?

Daar botsen de twee definities. In de kleurencirkel meng je een primaire kleur met de secundaire buur en blijft er een herkenbare tussenkleur over. Voeg je de verkeerde secundaire kleur toe, dan komt de ontbrekende derde primaire kleur in het mengsel. De kleuren neutraliseren elkaar en de uitkomst schuift naar bruin of grijs.

Voorbeeld: rood plus oranje blijft warm en levert roodoranje op. Rood plus groen bevat rood, geel én blauw. Dat is een prima route naar aards bruin, maar niet naar een heldere kleurcirkel-tint. “Modder” is dus vaak geen mislukte kleur; het is alleen de verkeerde uitkomst voor je plan.

Heldere tertiaire verfproef naast een geneutraliseerde bruine mengkleur op hetzelfde papier
Links een aangrenzende menging, rechts een menging waarin alle drie primairen elkaar neutraliseren.

Warm en koel gebruiken zonder vaste hokjes

Roodoranje en geeloranje lezen meestal warm en lijken visueel naar voren te komen. Blauwgroen en blauwviolet voelen doorgaans koeler en kunnen afstand suggereren. Geelgroen en roodviolet veranderen sterker van karakter door het gekozen pigment en de omringende kleuren.

Gebruik dit als compositiehulp, niet als natuurwet. Een gedempt roodoranje naast fel geel kan relatief koel lijken; een helder blauwgroen naast donker violet juist levendig. Zet daarom altijd twee droge proefstroken naast de kleuren die al in je schilderij staan. Kleurtemperatuur ontstaat in verhouding tot zijn buur.

Wat heb je hieraan bij schilderen op nummer?

In een pakket zijn de kleurpotjes al gemengd. Toch helpt deze logica als een tint bijna op is of een overgang net niet klopt. Zoek eerst de dominante kleur, voeg de buur in een piepkleine hoeveelheid toe en test naast het oorspronkelijke vlak. Bekijk de schilderen-op-nummer-collectie om te zien hoeveel tussenkleuren realistische onderwerpen meestal gebruiken.

Probeer nooit meteen op het doek te reconstrueren. Acryl droogt aan je penseel en de ondergrond kan een nat mengsel anders laten lijken. Een proef op wit papier is sneller te corrigeren en houdt de bestaande kleurvlakken schoon.

Primair, secundair en tertiair zonder begripsruis

PrimairRood, geel en blauw binnen het traditionele schildersmodel. Ze vormen het vertrekpunt.

SecundairOranje, groen en violet: mengingen van twee primaire kleuren.

Tertiair in de cirkelDe zes tussenkleuren tussen een primair en de aangrenzende secundair.

Tertiair in brede kunsttaalSamengestelde, vaak gedempte kleuren waarin alle drie primaire kleurinvloeden meespelen.

Voor de volledige route van basiskleur naar mengkleur kun je verder met de gids over kleuren mengen en de aparte uitleg over primaire kleuren bij schilderen.

Tint, toon en schaduw naast de tertiaire kleur

Tertiair zegt iets over welke kleuren je mengt. Tint en toon zeggen iets over wat je daarna met die menging doet. Voeg je wit toe, dan maak je een tint: roodpaars met wit wordt een zacht oudroze, rood met wit wordt roze. Voeg je zwart toe, dan maak je een toon of schaduw: geelgroen met een scheutje zwart wordt donker mosgroen. Zwart werkt hard, dus begin met een puntje van het penseel en kijk per keer wat er gebeurt.

term
wat je toevoegt
voorbeeld
tint
wit
roodpaars plus wit geeft zacht oudroze
toon of schaduw
zwart
geelgroen plus zwart geeft mosgroen
gedempte kleur
de complementaire kleur
roodoranje plus blauwgroen geeft een aardetint

De mengstap zelf bepaalt of je met tertiaire kleuren bezig bent, wit of zwart daarna verandert alleen de lichtval en de intensiteit van dezelfde menging.

Waarom blauwgroen geen groenblauw heet

Van elk buurpaar op de kleurencirkel kun je oneindig veel mengsels maken, maar de zes klassieke namen volgen één regel: de primaire kleur die het meest aanwezig is, staat vooraan. Roodoranje is oranje met meer rood dan geel, geeloranje heeft juist meer geel. Zo hoort roodpaars bij meer rood, blauwpaars bij meer blauw, blauwgroen bij meer blauw en geelgroen bij meer geel.

Die volgorde is meteen je menginstructie aan het palet. Wil je van roodpaars naar blauwpaars, voeg dan niet meer paars toe maar blauw; de naam schuift pas mee zodra de tweede kleur de overhand krijgt. Twijfel je welke verf de overhand heeft, smeer dan een dun streepje uit en kijk wat je het eerst ziet: dat is de voornaam.

Wat zijn de 7 soorten kleurcontrasten?

Johannes Itten onderscheidde zeven kleurcontrasten: het contrast van kleur, het licht-donkercontrast, het warm-koudcontrast, het complementaire contrast, het simultane contrast, het contrast van verzadiging en het contrast van uitbreiding. Hij beschreef ze in zijn boek over kleur uit 1961, dat op kunstacademies standaardliteratuur werd.

Contrast
Wat je ziet
Kleur
Verzadigde kleuren naast elkaar, zoals rood, geel en blauw
Licht-donker
Verschil in helderheid, zoals geel naast paars
Warm-koud
Oranje naast blauwgroen
Complementair
Tegenpolen in de kleurencirkel, zoals blauw naast oranje
Simultaan
Een grijze tint krijgt een zweem van de complementaire kleur van de achtergrond
Verzadiging
Een uitgebleekte kleur naast een pure kleur
Uitbreiding
De verhouding tussen kleurvlakken, zoals een klein geel vlak naast veel paars

Bij tertiaire kleuren tellen vooral het kleurcontrast en het verzadigingscontrast: een gedempte tint als olijfgroen wordt pas interessant naast een klein vlak pure kleur. Meng je twee tertiaire kleuren even sterk en even vuil, dan wedijveren ze en wordt de vlakverdeling doods.

Wat zijn de 4 basiskleuren?

In de schilderkunst zijn het er drie: rood, geel en blauw. Wie vier basiskleuren noemt, bedoelt vrijwel altijd drukwerk, waar cyaan, magenta, geel en zwart de basis vormen, of de vier psychologische hoofdkleuren uit de kleurwaarneming: rood, geel, groen en blauw.

Die vier psychologische kleuren komen uit de kleurwaarnemingsleer: rood en groen zijn elkaars tegenpolen, net als geel en blauw. Je kunt geen roodachtig groen of geelachtig blauw zien. In de kleurencirkel liggen die paren precies tegenover elkaar, en daar staan ze bekend als complementaire kleuren.

Voor het mengen op je palet verandert dit niets: je werkt gewoon met rood, geel en blauw. Strikt genomen meng je daarmee niet elke kleur, en precies daarom drukt een drukker met cyaan en magenta. Wit maakt een menging lichter en melkachtig, zwart maakt haar doffer en grijsachtig.


Vragen bij de mengproeven

Zijn er zes tertiaire kleuren of veel meer?

In de twaalfdelige kleurencirkel worden zes tussenkleuren benoemd. Elke verhouding en elk pigment maakt daarbinnen talloze varianten; in bredere kunsttaal vallen bovendien veel gedempte mengkleuren onder “tertiair”.

Waarom krijg ik geen helder violet?

Waarschijnlijk bevat je rood een gele/oranje bias of je blauw een groene bias. Daardoor komt een neutraliserende derde kleurinvloed in het mengsel. Probeer een koel rood of magenta met een roodachtig blauw.

Moet de verhouding precies 2:1 zijn?

Nee. Het is een overzichtelijk startpunt dat laat zien welke kleur dominant is. Sterke pigmenten vragen soms veel minder dan één volledig deel.

Waar leer ik verder mengen met acryl?

Begin opnieuw bij de complete mengroute, gebruik de primaire kleuren als basis en pas de proefmethode toe tijdens schilderen met acrylverf.

Waarom heten ze tertiair als er ook een tertiaire sector bestaat?

Dat is toeval in de taal. Tertiair betekent simpelweg “van de derde orde”, en dat woord wordt in de economie voor de dienstensector gebruikt en in de kleurenleer voor de derde mengronde. Ze hebben verder niets met elkaar te maken.

Hoeveel kleuren heb je nodig om alle tertiairen te mengen?

Drie: een rode, een gele en een blauwe. Daaruit meng je eerst de drie secundairen en daarna de zes tertiairen. In de praktijk werkt het prettiger met twee versies van elke primaire kleur, een warme en een koele, omdat je dan schonere mengingen krijgt.

De zes tertiaire kleuren in één overzicht

Een tertiaire kleur maak je door een primaire kleur te mengen met de secundaire kleur die ernaast ligt. Dat levert zes tinten op. Deze tabel geeft per tint de menging en de naam die je in de winkel tegenkomt.

Tertiaire kleur
Wat je mengt
Gangbare naam op de tube
Roodoranje
rood + oranje
vermiljoen, scharlaken
Geeloranje
geel + oranje
amber, goudgeel
Geelgroen
geel + groen
chartreuse, limoen
Blauwgroen
blauw + groen
turkoois, cyaan-achtig
Blauwpaars
blauw + paars
indigo, violetblauw
Roodpaars
rood + paars
magenta, karmijnpaars

Secundaire kleuren komen uit twee primaire

Een kleur die je maakt uit twee primaire kleuren: oranje uit rood en geel, groen uit geel en blauw, paars uit rood en blauw. In de kleurencirkel liggen ze precies tussen de twee primairen waaruit ze ontstaan.

Roze is een tint van rood, geen secundaire kleur

Nee. Roze is rood met wit erbij, en wit doet in dit systeem niet mee als kleur maar als lichtwaarde. Roze noem je daarom een tint van rood, geen secundaire kleur. Hetzelfde geldt voor lichtblauw en zachtgroen.

Stel je vraag Reactie meestal op werkdagen