Wat is beeldende kunst? Uitleg in gewone taal

Verschillende vormen van beeldende kunst

Kunst · uitleg

Beeldende kunst is een verzamelnaam voor kunst die je ziet: schilderijen, tekeningen, beelden, foto’s en installaties. Hieronder leggen we in gewone taal uit wat de term precies betekent, wat er allemaal onder valt, waar de grens ligt met muziek, dans en literatuur, en hoe schilderen op nummer in dit grotere geheel past.

Kort antwoord: beeldende kunst is kunst die je met je ogen waarneemt en die vaak een tastbaar, blijvend resultaat oplevert. Het is de overkoepelende term voor schilderkunst, tekenkunst, beeldhouwkunst, grafiek, fotografie en moderne vormen als video- en installatiekunst. Het onderscheidt zich van de podiumkunsten (theater, dans, muziek) en van literatuur, omdat het draait om het visuele beeld in plaats van om geluid, beweging in de tijd of taal. Binnen de beeldende kunst maak je nog onderscheid tussen autonome kunst (het beeld zelf is het doel) en toegepaste kunst (het beeld heeft ook een gebruiksfunctie).

Wat betekent beeldende kunst?

De naam zegt het eigenlijk al: bij beeldende kunst gaat het om het beeld. Het is alle kunst die je waarneemt met je ogen en die meestal een fysiek, zichtbaar werk achterlaat — een doek, een sculptuur, een afdruk, een foto. Daarmee staat ze tegenover kunstvormen die je vooral hoort of beleeft op een podium, waar het kunstwerk zich in de tijd afspeelt en daarna weer voorbij is.

In het dagelijks taalgebruik bedoelen mensen met “beeldende kunst” dan ook simpelweg: kunst die je kunt zien en vaak ook kunt aanraken. Een schilderij in een museum, een bronzen beeld op een plein, een gravure of een kunstfoto vallen er allemaal onder. Het Engelse equivalent is visual arts, wat de kern goed vat: het zit hem in het visuele. De term wordt soms ook breder gebruikt als verzamelnaam voor schone kunsten in het algemeen, maar in de praktijk slaat hij vooral op de visuele disciplines.

Wat valt onder beeldende kunst?

Onder beeldende kunst valt een hele familie van disciplines. De klassieke kern bestaat uit schilderkunst, tekenkunst, beeldhouwkunst en grafiek; in de twintigste en eenentwintigste eeuw zijn fotografie, video en installatiekunst daar volwaardig bij gekomen. Dit is het overzicht:

Disciplines binnen de beeldende kunst
Discipline
Wat het is
Voorbeelden
Schilderkunst
Beeld opbouwen met verf op een drager
Olieverf-, acryl- en aquarelschilderijen, muurschilderingen
Tekenkunst
Beeld met lijn en toon, meestal op papier
Potlood-, houtskool-, pen- en pasteltekeningen
Beeldhouwkunst
Driedimensionaal werk dat je rondom kunt bekijken
Beelden in brons, marmer, hout, klei of staal
Grafiek
Afdruktechnieken waarmee je beelden vermenigvuldigt
Ets, houtsnede, litho, zeefdruk
Fotografie
Beeld vastgelegd met een camera, als kunstwerk bedoeld
Kunstfotografie, portret- en landschapsfotografie als kunst
Video- en filmkunst
Bewegend beeld als beeldend kunstwerk
Videokunst, experimentele film, projecties
Installatiekunst
Ruimtelijk werk dat een hele plek inricht
Museumzalen of buitenruimtes ingericht als één werk
Toegepaste vormen
Visueel werk met (ook) een gebruiksfunctie
Keramiek, textielkunst, glaskunst, kunstenaarsboeken

Niet elke discipline is even strak afgebakend, en de lijst groeit mee met de tijd. Mengvormen als collage, assemblage en gemengde media combineren technieken; digitale en generatieve kunst zijn relatief jonge takken die ook tot het visuele domein worden gerekend. De rode draad blijft hetzelfde: als het primair om het beeld gaat dat je ziet, hoort het bij de beeldende kunst.

Waar ligt de grens met andere kunstvormen?

De makkelijkste manier om beeldende kunst te plaatsen, is haar af te zetten tegen wat het niet is. Kunst wordt vaak grofweg verdeeld in drie groepen, en beeldende kunst is daar één van.

Tegenover de beeldende kunst staan de podiumkunsten (ook wel uitvoerende of performatieve kunsten): theater, dans, opera en muziekuitvoeringen. Die speel je uit voor een publiek; ze ontvouwen zich in de tijd en zijn daarna voorbij. Een schilderij blijft hangen, een dansvoorstelling niet. Daarnaast staan de woord- en literaire kunsten: poëzie, proza en toneelteksten, waar taal het materiaal is in plaats van beeld. En ook muziek valt buiten de beeldende kunst, omdat het via geluid werkt en niet via het oog.

Beeldende kunst tegenover andere kunstvormen
Groep
Materiaal / zintuig
Voorbeelden
Beeldende kunst
Zichtbaar beeld, vaak tastbaar en blijvend
Schilderkunst, sculptuur, grafiek, fotografie
Podiumkunsten
Uitvoering in de tijd, voor publiek
Theater, dans, opera, muziekuitvoering
Muziek
Geluid, gehoor
Compositie, zang, instrumentale muziek
Literatuur
Taal en tekst
Gedichten, romans, toneelteksten

De vuistregel: zit het kunstwerk vast in een zichtbaar, vaak blijvend object dat je bekijkt, dan is het beeldende kunst. Moet je het horen, lezen of als voorstelling beleven, dan val je in een van de andere groepen. Sommige hedendaagse werken overschrijden die grenzen bewust — denk aan een performance met geprojecteerd beeld of een installatie met geluid — maar dat zijn juist de bewuste uitzonderingen die de regel zichtbaar maken.

💡

Architectuur is een buitenbeentje. Het is zichtbaar en ruimtelijk, maar wordt meestal als een eigen kunstvorm of als bouwkunst gezien, omdat het altijd ook een gebruiksdoel dient. Bij twijfel helpt de vraag: gaat het puur om het beeld, of moet het ding óók ergens voor dienen?

Autonome versus toegepaste kunst

Binnen de beeldende kunst loopt nog een belangrijke scheidslijn: die tussen autonome (vrije) kunst en toegepaste kunst. Het verschil zit niet in het vakmanschap, maar in de bedoeling.

Bij autonome kunst is het beeld zelf het doel. Een schilderij, een tekening of een sculptuur wordt gemaakt om bekeken te worden, om iets uit te drukken of te tonen — meer functie heeft het niet nodig. Bij toegepaste kunst (ook wel vormgeving of toegepaste vormen) heeft het werk daarnaast een gebruiksfunctie. Een handgemaakte vaas, een ontworpen stoel, een geglazuurd serviesstuk of een affiche is gemaakt om iets te kunnen of te verkopen, hoeveel kunstzinnig vakmanschap er ook in zit.

De vuistregel is helder: zodra een voorwerp een gebruiksfunctie heeft, schuift het richting toegepaste kunst; zodra het puur om het kijken gaat, zit je bij de autonome beeldende kunst. Helemaal scherp is die lijn niet. Een uniek kunstenaarsboek, een wandkleed van een textielkunstenaar of een bijzonder keramisch object kan in een museum voor beeldende kunst staan én een gebruiksvorm hebben. In de praktijk kijken mensen daarom niet alleen naar het voorwerp zelf, maar ook naar de bedoeling en de context waarin het getoond wordt.

Korte historische context

De beeldende kunst is zo oud als de mensheid. Al in de prehistorie maakten mensen grotschilderingen en kleine beeldjes — de vroegste vorm van “kunst die je ziet”. In de klassieke oudheid en daarna in de renaissance werd de schilder- en beeldhouwkunst tot grote hoogte ontwikkeld, met aandacht voor perspectief, anatomie en compositie.

Lange tijd was de afbeelding van de werkelijkheid het ideaal: een schilderij moest de wereld zo overtuigend mogelijk weergeven. Vanaf de negentiende eeuw kwam daar verandering in. Stromingen als het impressionisme, het expressionisme en uiteindelijk de abstracte kunst verlegden de aandacht van wat je afbeeldt naar hoe en waarom. In de twintigste eeuw rekten fotografie, film, video en installatiekunst het begrip verder op, tot het brede veld dat we vandaag kennen. Wat al die eeuwen verbindt, blijft hetzelfde: het draait om het visuele, om wat je ziet.

Hoe past schilderen op nummer hierin?

Schilderen op nummer hoort thuis bij de schilderkunst, de oudste en bekendste tak van de beeldende kunst. Het eindresultaat is namelijk een geschilderd beeld op doek, opgebouwd met verf, precies zoals bij elk ander schilderij. Het verschil zit in de werkwijze: bij een set is de compositie al uitgetekend in genummerde vakjes, en jij voert die met de hand uit door de bijpassende kleuren in te vullen.

Daarmee is schilderen op nummer vooral een toegankelijke instap tot de schilderkunst. Je leert penseelvoering, kleur en geduld zonder dat je zelf een compositie hoeft te bedenken — dat lastige eerste obstakel valt weg. Het is de ideale opstap: wie de smaak te pakken krijgt, kan daarna de stap zetten naar vrij, autonoom werk. Schilder je bijvoorbeeld naar je eigen foto, dan kies je zelf het beeld en sla je de brug van invullen naar échte beeldende kunst maken.

Zelf beginnen met schilderen?

De makkelijkste manier om de schilderkunst in te stappen: een complete set met doek, verf en penselen. Geen ervaring nodig — de nummers wijzen de weg.

Bekijk de pakketten

Veelvoorkomende misverstanden

  • Denken dat beeldende kunst hetzelfde is als schilderkunst. Schilderkunst is er maar één tak van; ook beelden, tekeningen, grafiek en foto’s vallen eronder.
  • Aannemen dat muziek, dans of theater er ook bij horen. Dat zijn podium- en geluidskunsten — beeldende kunst gaat juist over het zichtbare beeld.
  • Een snelle telefoonfoto voor kunstfotografie aanzien. Het draait om de bedoeling: een kiekje legt iets vast, kunstfotografie maakt van het beeld zelf het doel.
  • Toegepaste kunst lager inschatten dan autonome kunst. Het verschil zit in de gebruiksfunctie, niet in het vakmanschap of de waarde.
  • Denken dat alleen oude meesters “echte” beeldende kunst maakten. Video, installatie en digitale kunst zijn er net zo goed onderdeel van.
  • Architectuur zonder meer onder beeldende kunst scharen. Omdat een gebouw altijd een gebruiksdoel dient, geldt het meestal als een eigen kunstvorm.

Veelgestelde vragen

Wat is beeldende kunst in het kort?

Beeldende kunst is kunst die je met je ogen waarneemt en die meestal een tastbaar, blijvend werk oplevert: schilderijen, tekeningen, beelden, grafiek, foto’s en installaties. Het is de verzamelnaam voor de visuele kunstdisciplines, tegenover muziek, literatuur en de podiumkunsten.

Wat valt allemaal onder beeldende kunst?

De klassieke kern is schilderkunst, tekenkunst, beeldhouwkunst en grafiek. Daar zijn fotografie, video- en filmkunst en installatiekunst bij gekomen, plus toegepaste vormen als keramiek, textiel- en glaskunst. De rode draad: als het primair om het zichtbare beeld gaat, hoort het erbij.

Wat is het verschil tussen beeldende kunst en podiumkunst?

Beeldende kunst levert een zichtbaar, vaak blijvend object op dat je bekijkt, zoals een schilderij of beeld. Podiumkunst — theater, dans, opera, muziekuitvoering — wordt uitgevoerd voor publiek en speelt zich af in de tijd; na de voorstelling is het voorbij.

Valt fotografie onder beeldende kunst?

Ja, kunstfotografie wordt tot de beeldende kunst gerekend. Een snelle telefoonfoto om iets vast te leggen niet: daar gaat het om het vastleggen, niet om het beeld als kunstwerk. Het verschil zit in de bedoeling.

Wat is het verschil tussen autonome en toegepaste kunst?

Bij autonome (vrije) kunst is het beeld zelf het doel: een schilderij of beeld dat gemaakt is om bekeken te worden. Toegepaste kunst heeft daarnaast een gebruiksfunctie, zoals keramiek, een ontworpen stoel of een affiche. Zodra er een gebruiksdoel bij komt, schuift het richting toegepaste kunst.

Is schilderen op nummer beeldende kunst?

Het eindresultaat is een geschilderd beeld, dus het sluit aan bij de schilderkunst, een tak van de beeldende kunst. Het verschil is dat de compositie al vaststaat en jij die met de hand uitvoert. Maak je daarna eigen werk vanaf je eigen foto, dan zet je de stap naar een zelf gekozen, autonoom beeld.

Is architectuur beeldende kunst?

Meestal niet. Architectuur is zichtbaar en ruimtelijk, maar wordt als een eigen kunstvorm (bouwkunst) gezien omdat een gebouw altijd ook een gebruiksdoel dient. Het zit op de grens met de toegepaste kunst en wordt zelden tot de zuivere beeldende kunst gerekend.

Bronnen

Algemene kunst- en encyclopedische naslagbronnen over beeldende kunst en de visuele kunsten (o.a. Nederlandse encyclopedische definities en kunsthistorische naslagwerken). Kernpunten: beeldende kunst is de verzamelnaam voor visuele, vaak tastbare kunst (schilder-, teken-, beeldhouwkunst, grafiek, fotografie, video en installatie); zij onderscheidt zich van podiumkunsten, muziek en literatuur doordat het om het zichtbare beeld gaat; binnen de beeldende kunst loopt de scheidslijn tussen autonome (vrije) en toegepaste kunst langs de aan- of afwezigheid van een gebruiksfunctie; de grenzen zijn historisch gegroeid en niet altijd scherp.


Stel je vraag Reactie meestal op werkdagen